21 februari 2020

Zoals het hoort (Klok’uus)

“Hee, hallo” zegt de dame achter de balie bij het bemerken van onze binnenkomst. Het is alweer een tijd geleden dat we er waren maar ze kent ons nog uit de periode dat ik er 10 minuten vandaan woonde. Heel begaan en vooral vriendelijk worden we “onthaald” en dat voelt lekker. Je kunt je geld overal kwijt denk ik altijd en dat beseft ze wel. Ik zoek een plekkie in de zon naast twee schaduwminnende dames. Een van de ideale schoondochters die het serveren voor hun rekening nemen laat een tweede parasol neer en excuseert zich hiervoor. “Als u iets opschuift zit u nog steeds in de zon hoor” zegt ze lief, maar ik vind het allemaal goed. Ik schuif wel wat op. De kinderen zijn los en sprinten naar de steile, met water overgoten, “opblaasglijbaan” om er vervolgens angstloos, gillend en krijsend met salto’s van af te duiken. Sterre, de jongste, hangt in een bungeejumpharnas en maakt vierdubbele salto’s. More en Storm hebben vrijwel meteen een paar “vrienden” aan de haak geslagen en het lijkt of ze elkaar al jaren kennen, zo makkelijk gaat dat. Op een serveerster hoef ik niet te wachten want om de vijf minuten wordt er netjes aan je gevraagd of alles naar wens is zonder zich op te dringen. Ineens komt More me hijgend melden dat ze gratis mogen lasergamen, omdat het vakantie is. Navraag leert dat het klopt en de jongens hijsen zich in een mini soldatenpak compleet met helm, laarzen en een koppel. Camouflagepet achterstevoren en knallen maar. Als ouder mag je dwars door het slagveld lopen om te kunnen zien waar de klappen vallen en dat is prachtig om te zien. “ze komen langs de zijkant” hoor ik More ineens gillen en ze duiken een nagemaakte duinpan in. Koppie net over de rand, petje rechtzetten en richten, een geweldig schouwspel en ik geniet er misschien nog wel meer van als de strijders zelf. Na het plegen van zeker 12 “kills” zijn ze klaar en bezweet staan ze aan het tafeltje. “mogen we nog op de glijbaan pap, ik heb het zo warm” vraagt More en ze zijn weer weg. Tegen etenstijd is de honger hevig en groot. Een minuut of vijf nadat ik heb besteld komt een van de schoondochters naar m’n tafeltje: “sorry meneer, maar er is iets mis gegaan met uw bestelling”, en kijkt er ernstig bij. Verwonderd over wat er zo erg zou kunnen zijn vraag ik haar wat het probleem is en ze vertelt me dat ze de witte broodjes op zijn en als ik meteen wil eten ze alleen een bruin broodje voor me heeft. Op een wit broodje zou ik tien minuten moeten wachten. Aangezien ik echt alles lust is een bruin broodje voor mij geen probleem en die tien minuten had me ook niks uitgemaakt eigenlijk. Het eten is heerlijk en wordt heel verzorgd geserveerd. Als ik afreken begrijp ik het helemaal niet meer. Ik kijk nog eens op m’n bonnetje maar het klopt allemaal.

“tot ziens meneer”, hoor ik nog net.

We’ll be back, reken maar…